Gisteren, 13 mei, ontvingen we antwoorden (wederom van een ambtenaar) naar aanleiding van onze vragen aan B&W van 6 december 2019 over wifitracking. Hier die antwoorden.

Inmiddels hebben ook twee fracties van de gemeenteraad (SP en CDA) vragen gesteld aan het college over deze kwestie. Die antwoorden kwamen sneller (en wel van B&W) tot stand. Hier de antwoorden op de raadsvragen. We gaan de beide antwoorden bestuderen.

Het WOB-verzoek van drie centrumwijkraden over dezelfde kwestie loopt nog en gaat zijn derde week in. Binnen vier weken moet het college (volgens de wet) daarover een besluit nemen. In de praktijk betekent dat meestal een verlenging van de wettelijke termijn om te antwoorden.

Wat valt ons in eerste instantie op?

Al vaker bij deze kwestie ontvingen we de afgelopen maanden excuses van ambtenaren. Gezien eerdere ervaringen, grappen we wel eens dat die excuses onder de ‘F5 knop’ zitten.
De antwoordbrief aan onze wijkraad is opnieuw van een ambtenaar. Niet ‘van’ of ‘namens B&W’. We hebben daarom geen idee of B&W deze antwoordbrief heeft gezien. Mogelijk wil het college (bewust?) nog even buiten beeld blijven.

Maar om excuses gaat het ons niet. De kernvraag blijft onbeantwoord. Met dat antwoord zal de Autoriteit Persoonsgegevens (de handhaver van de wet) later komen.

Een vervolgkwestie lijkt nu het volgende te worden.
Nu de gemeente (blijkens de antwoorden) feitelijk weg kijkt t.a.v. van wat er in ‘hun’ openbare ruimte gebeurt, kun je niet ook als gemeente schrijven dat je wilt dat je burgers ‘zich onbespied in de openbare ruimte kunnen bewegen’. Dat is, zonder enig toezicht aldaar, een loze kreet.
Deze ontwikkeling en de evolutie van wifitracking (en straks gezichtsherkenning?) in die openbare ruimte noopt tot lokale regulering en vergunningplichtig zijn. Anders zullen private partijen ‘onze gemeenschappelijke’ openbare ruimte gaan volhangen met hun privacyschendende widgets. Binnen sommige winkels gebeurt dat nu al, zonder dat je er als klant weet van hebt.

Volgens het bestuur van de BIZ is er trouwens al enige tijd sprake van functionerende wifitracking in het centrum van Haarlem. De ambtenaar schrijft ons desgevraagd daarvan niet op de hoogte te zijn..

Er wordt door de gemeente gesproken van ‘wifitellingen’. Het zijn echter geen tellingen. Tellingen van passanten kun je doen met zogenoemde ‘domme’ sensoren. Die meten alleen het aantal voorbijgangers. De aan de orde zijnde sensoren verwerken echter unieke persoonsdata (beschermd door de AVG) op een server. Dat is echt niet nodig als je alleen wilt tellen. Het project in Haarlem meet jouw verblijfstijd in de stad en weet welke route je hebt gelopen. Men kan centrumbewoners onderscheiden van andere bezoekers. Dan vergelijk je meetgegevens op meerdere sensoren en dan gaat het om meer dan tellingen alleen.

De techniek van dat verwerken van jouw unieke persoonsgegevens op de server gebeurt niet met behulp van ‘open source’ (de methode van verwerken is dan door deskundigen te checken) maar op een wijze die door deskundigen (zo vertellen ze ons) op dit moment niet valt te controleren. Waarom zo ingewikkeld en ondoorzichtig als je alleen maar wilt tellen?

De gemeente zou het project ‘wifitracking’ van subsidie gaan voorzien maar schort nu die toegezegde subsidie op in verband met het (‘ons inmiddels gebleken”) onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Dat onderzoek van de AP loopt al sinds 2018. In januari jl. vertelde de burgemeester tijdens een commissievergadering dat het wifitracken in Haarlem, na gedegen onderzoek, aan de privacywetgeving was getoetst en prima in orde zou zijn. Het AP-onderzoek liep toen dus al een tijdje.

Heiligt het doel (blijkbaar: het tellen van centrumbezoekers) nog wel de ingezette middelen? Of moeten we er aan wennen dat onze privacy ondergeschikt wordt gemaakt aan ‘belangrijker’ zaken? De door de regering beoogde corona-app is er overigens ook nog niet.

We komen er dus op terug. En we zijn benieuwd naar je reactie over dit onderwerp. Alle reacties blijven bij ons echt anoniem.